Prenatale testen en onderzoeken: wat is er allemaal?

•
Zwangere vrouw krijgt een echo terwijl haar partner haar hand vasthoudt

Bij je eerste afspraken met de verloskundige komt er ineens een hoop op je af. Bloedonderzoek, de NIPT, een 13-wekenecho, een 20-wekenecho, en dan ook nog prikken tegen kinkhoest en griep. Wat moet je nou eigenlijk allemaal, en wat mag je zelf kiezen?

Het goede nieuws: veel hoeft niet. In Nederland krijg je één standaard bloedonderzoek aangeboden, en daarnaast kun je kiezen voor drie onderzoeken die kijken of je kindje gezond is: de NIPT, de 13-wekenecho en de 20-wekenecho. Die drie zijn gratis en helemaal vrijwillig. Voordat je kiest, heb je er een uitgebreid gesprek over met je verloskundige of gynaecoloog.

Hieronder zet ik ze in de volgorde waarin je ze tegenkomt, met daarna wat er gebeurt als er iets uitkomt.

Vóór 10 weken: het gesprek

Vóór je tiende week legt je verloskundige of gynaecoloog uit welke onderzoeken er zijn, wat ze kunnen laten zien en wat er gebeurt als er iets uitkomt. Dat gesprek is belangrijk, want het gaat niet alleen over de techniek. Het gaat ook over de vraag wat jullie met een uitslag zouden doen.

Tip: praat er van tevoren samen over. Wat willen jullie weten, en wat liever niet? Er is geen goed of fout antwoord, en je mag ook gewoon “nee” zeggen tegen een onderzoek.

8 tot 13 weken: bloedonderzoek

Rond deze tijd wordt er bloed bij je afgenomen. Daarin kijken ze naar hiv, syfilis, hepatitis B en je bloedgroep (en of er bloedgroepantistoffen in je bloed zitten). Het fijne aan dit onderzoek: als er iets gevonden wordt, kan het bijna altijd behandeld worden, zodat je kindje beschermd is. Vaak wordt er dan ook gekeken of je bloedarmoede hebt.

In deze periode krijg je meestal ook de termijnecho. Die is bedoeld om te kijken hoe ver je zwanger bent. Meer daarover lees je in mijn artikel over het berekenen van je uitgerekende datum.

Vanaf 10 weken: de NIPT

De NIPT is een bloedtest bij jou, uit je arm. In je bloed zitten kleine stukjes DNA van de placenta, en die zeggen iets over de chromosomen van je kindje. Zo kun je zien of er een grote kans is op een chromosoomafwijking, zoals het downsyndroom, het edwardssyndroom of het patausyndroom. Je verloskundige vertelt je waar je bloed kunt laten prikken. De uitslag krijg je meestal binnen tien dagen. Het geslacht van je kindje hoor je bij de NIPT niet.

Wat kan de uitslag zijn?

De meeste zwangeren krijgen een geruststellende uitslag: ongeveer 993 van de 1000 vrouwen horen dat er geen aanwijzing is voor een chromosoomafwijking. Dan is verder onderzoek niet nodig. Zo’n uitslag klopt bijna altijd, al geeft geen enkele test honderd procent zekerheid.

Bij ongeveer 20 van de 1000 vrouwen lukt de test niet en is er geen uitslag. Dan wordt er meestal nog een keer bloed geprikt, en bij de meeste vrouwen lukt het dan alsnog.

Is er wel een aanwijzing, dan belt je verloskundige of gynaecoloog je meestal zelf. Belangrijk om te weten: de NIPT is een screening, geen diagnose. Bij een afwijkende uitslag voor downsyndroom heeft het kindje in ongeveer 90 van de 100 gevallen ook echt downsyndroom. Bij edwardssyndroom is dat ongeveer 75 van de 100, en bij patausyndroom ongeveer de helft. Pas met vervolgonderzoek weet je het zeker.

12 tot 14 weken: de 13-wekenecho

Bij de 13-wekenecho kijkt de echoscopist naar ernstige lichamelijke afwijkingen. Je kindje is dan nog klein, dus niet alles is al goed te zien. Het voordeel van deze echo is wel dat je, als er iets gevonden wordt, meer tijd hebt om over vervolgstappen na te denken.

Deze echo is op dit moment nog onderdeel van een wetenschappelijk onderzoek, dat moet laten zien wat de voor- en nadelen zijn. Je geeft daarom toestemming om je gegevens te gebruiken. Op pns.nl lees je hoe dat precies zit.

18 tot 21 weken: de 20-wekenecho

Dit is de echo die de meeste mensen kennen, en eerlijk gezegd ook de spannendste. Hij wordt gemaakt tussen 18 en 21 weken, het liefst in week 19, en duurt ongeveer een halfuur. Je kindje is nu groter, dus de echoscopist kan alles veel beter bekijken: het hoofdje, het ruggetje, het hartje, de nieren, de armpjes en beentjes.

De echoscopist let onder andere op:

  • een open ruggetje of open schedel
  • een waterhoofd
  • afwijkingen aan het hart
  • een gat in het middenrif of in de buikwand
  • afwijkingen aan de nieren en de botten

De uitslag hoor je meteen. Bij ongeveer 95 van de 100 zwangeren is alles in orde en is er geen vervolgonderzoek nodig. Bij de andere vijf ziet de echoscopist iets wat een afwijking zou kunnen zijn. Dat betekent nog niet dat er echt iets is; vaak moet er gewoon beter gekeken worden.

Wil je weten of het een jongen of een meisje is? Dan kun je dat bij deze echo vragen. Wil je het niet weten, zeg dat dan vooral aan het begin, dan let de echoscopist erop dat het niet per ongeluk in beeld komt.

Wij wilden het bij Bas en bij Hugo allebei de keren weten. Spannend was het natuurlijk elke keer, maar gelukkig was er niks bijzonders te zien en was alles in orde.

De 13-wekenecho en de 20-wekenecho vullen elkaar aan. De ene vervangt de andere dus niet.

En als er iets uitkomt?

Dit is het stuk waar je liever niet aan denkt, maar het is goed om te weten wat er dan gebeurt. Bij een afwijkende uitslag van de NIPT of een van de echo’s krijg je vervolgonderzoek aangeboden. Ook dat is weer een keuze.

Een uitgebreide echo

Na een echo met een twijfelachtige bevinding word je meestal doorverwezen naar een ziekenhuis voor een uitgebreidere echo. Daar wordt veel preciezer gekeken.

De vlokkentest

Vanaf 11 weken kan een vlokkentest. Een arts neemt dan met een dunne naald via je buik of vagina een klein stukje van de placenta weg. De uitslag krijg je meestal binnen drie tot vijf werkdagen.

De vruchtwaterpunctie

Vanaf ruim 15 weken kan een vruchtwaterpunctie. De arts prikt dan met een naald door je buik en haalt een beetje vruchtwater weg. Ook hier krijg je de uitslag meestal binnen drie tot vijf werkdagen, of na ongeveer twee weken als de chromosomen uitgebreider worden onderzocht.

Bij een vlokkentest en een vruchtwaterpunctie is er een kleine kans op een miskraam: ongeveer 2 op de 1000. Daarom wordt dit alleen gedaan als er een reden voor is. Vervolgonderzoek is niet altijd gratis; het kan van je eigen risico afgaan.

Je staat er dan niet alleen voor. Je verloskundige of gynaecoloog, en zo nodig een klinisch geneticus, begeleidt je en helpt je om de uitslag te begrijpen en te beslissen wat je wilt.

Na 22 weken: prikken

Rond 22 weken krijg je een kinkhoestprik aangeboden. Die beschermt je kindje in de eerste maanden na de geboorte, wanneer kinkhoest voor baby’s echt gevaarlijk kan zijn. Vanaf 22 weken kun je ook een griepprik krijgen, die je baby na de geboorte beschermt.

Heb je een rhesus-negatieve bloedgroep? Dan krijg je rond 27 weken nog een keer bloedonderzoek, en eventueel rond 30 weken een anti-D-prik. Je verloskundige vertelt je of dat voor jou geldt.

En na de geboorte gaat het nog even door: in de eerste week krijgt je baby de hielprik, en in de eerste maand een gehoortest.

Hoe maak je de keuze?

Of je voor de NIPT en de echo’s kiest, is heel persoonlijk. Een paar vragen die kunnen helpen bij het nadenken:

  • wil je zoveel mogelijk weten, of liever alles laten komen zoals het komt?
  • wat zou je doen als er een afwijking gevonden wordt?
  • hoe ga je om met een uitslag die geen zekerheid geeft?
  • zit je op één lijn met je partner?

Op Thuisarts.nl staat een handige pagina die je helpt om die afweging te maken. Neem je vragen gerust mee naar het gesprek met je verloskundige. Die heeft dit gesprek al heel vaak gevoerd en drukt je niet in een richting.

Hoe ging het bij ons?

Toen ik zwanger was van Bas en later van Hugo, zag het aanbod er nog anders uit dan nu; de NIPT bestond bijvoorbeeld nog niet voor iedereen. De 20-wekenecho hebben we wel allebei de keren laten doen, en zoals ik hierboven al schreef: gelukkig was er niks aan de hand.

Wat ik iedereen zou meegeven: laat je niet opjagen. Je krijgt de tijd om na te denken, en je verloskundige helpt je graag als je twijfelt.

Nog een paar vragen

Wat kosten de onderzoeken?

De NIPT, de 13-wekenecho en de 20-wekenecho zijn gratis, net als het gesprek vooraf. Het bloedonderzoek en de prikken worden ook vergoed. Vervolgonderzoek kan van je eigen risico afgaan. Wil je een extra pretecho om je kindje te zien, dan betaal je die zelf.

Moet ik alle onderzoeken doen?

Nee. Het bloedonderzoek wordt sterk aangeraden, omdat er bijna altijd iets aan te doen is als er iets gevonden wordt. De NIPT en de echo’s kies je helemaal zelf.

Kan ik het geslacht ook eerder weten?

Bij de NIPT en de 13-wekenecho wordt het geslacht niet verteld. Bij de 20-wekenecho kan het, als je dat wilt.

Wat is het verschil tussen een pretecho en de 20-wekenecho?

Een pretecho is vooral leuk: je ziet je kindje en krijgt vaak foto’s of een filmpje mee. Er wordt niet gericht naar afwijkingen gekeken. De 20-wekenecho is een medisch onderzoek. Die twee zijn dus niet uitwisselbaar.

Benieuwd hoe het verder gaat met de zorg tijdens je zwangerschap? Jeroen schreef al eens over de extra echo en het thuisbezoek, en over wanneer je de verloskundige belt.

Bronnen: pns.nl (RIVM) over de tijdlijn van de onderzoeken, de uitslag van de NIPT, vervolgonderzoek en de 20-wekenecho, en Thuisarts.nl. Het aanbod van onderzoeken kan veranderen; je verloskundige vertelt je wat er nu voor jou geldt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *