Borstvoeding geven: hoe krijg je een goede start?

•
Tekening van een moeder die haar pasgeboren baby borstvoeding geeft in een stoel bij het raam, met kussens in haar rug en onder haar arm en een glas water naast zich

“Het is borstvoeding, geen tepelvoeding!” Die zin van mijn verloskundige ben ik nooit meer vergeten. Hij vat in één keer samen waar het bij borstvoeding om draait.

Borstvoeding geven is natuurlijk, maar dat betekent niet dat het vanzelf gaat. Voor jou is het nieuw, en voor je kindje ook. Bij mij kwam daar nog bij dat ik ingetrokken tepels heb, waardoor het in het begin echt even zoeken was. Daarom schrijf ik hier op wat ik zelf heb geleerd, aangevuld met de adviezen van het Voedingscentrum en de verloskundigen.

De eerste dagen

Je baby mag het liefst binnen een of twee uur na de geboorte voor het eerst aan de borst, zodra hij gaat zoeken en happen. Die eerste voeding is meer kennismaken dan echt drinken, en dat is prima. In de eerste dagen maak je vooral een beetje dikke, gelige melk (colostrum). Dat lijkt weinig, maar voor zo’n klein maagje is het precies genoeg.

Na een paar dagen komt de melkproductie echt op gang. Je borsten worden voller en warmer, en je kindje gaat merkbaar meer drinken. In die eerste weken voed je minstens elke drie uur, ook ’s nachts, wat neerkomt op 8 tot 12 voedingen per 24 uur. Dat klinkt als veel, en eerlijk gezegd is het ook veel. Maar hoe vaker je kindje drinkt, hoe beter je lichaam leert hoeveel melk er nodig is.

Geef bij elke voeding beide borsten en begin om de beurt met de linker- of de rechterborst. Weet je niet meer welke het was? Een haarelastiekje om je pols dat je na elke voeding verwisselt, is een bekend trucje.

Goed aanleggen

Hier zat bij mij in het begin de moeilijkheid, en volgens mij is dat bij veel moeders zo. Als je kindje alleen op het puntje van je tepel zuigt, krijgt hij minder melk binnen en krijg jij pijnlijke tepels. Vandaar dat zinnetje van mijn verloskundige.

Je herkent een goede aanleg hieraan:

  • je kindje heeft zijn mond wijd open en een groot deel van de tepelhof zit in zijn mond
  • zijn lipjes zijn naar buiten gekruld
  • zijn tong ligt onder je tepel
  • zijn kin drukt stevig tegen je borst
  • je hoort hem slikken, en het doet na de eerste paar happen geen pijn meer

Tip: breng je kindje naar de borst, en niet je borst naar je kindje. Ga eerst lekker zitten of liggen, met kussens in je rug en onder je arm, en leg je baby met zijn buikje tegen je aan. Ga je krom zitten om het goed te krijgen, dan heb je na een paar voedingen last van je rug.

Door mijn ingetrokken tepels was goed happen in het begin lastig. Ik heb toen tepelvormers van Medela gebruikt, die je tussen de voedingen in je bh draagt, en een tijdje tepelhoedjes tijdens het voeden. Hoe dat bij mij precies ging, heb ik beschreven in Borstvoeding en ingetrokken tepels. Of het voor iedereen werkt, weet ik niet, maar mij heeft het echt geholpen om door te zetten. Heb je hier ook last van, vraag dan je kraamverzorgende of een lactatiekundige om mee te kijken.

Bij Hugo ging het aanleggen een stuk beter. Ik wist natuurlijk al hoe het moest, en daardoor ging het voor hem ook veel natuurlijker. Krijg je een tweede kindje en was het de eerste keer moeizaam? Dan hoeft het dus niet weer zo te gaan.

Krijgt mijn kindje wel genoeg?

Die vraag stelt bijna elke moeder zich wel eens. Bij een fles zie je precies hoeveel erin gaat, bij borstvoeding niet. Gelukkig zijn er een paar duidelijke tekenen. Een kindje dat genoeg krijgt, heeft ongeveer zes zware plasluiers per dag en in de eerste weken meerdere poepluiers. Hij is na de voeding tevreden en groeit goed; dat laatste wordt gecontroleerd door de kraamverzorgende en daarna op het consultatiebureau.

Voed op de hongersignalen van je kindje: sabbelen op zijn handjes, onrustig worden, smakken of met zijn hoofdje zoeken. Wacht niet tot hij huilt, want een huilende baby aanleggen is een stuk lastiger. Op sommige dagen wil je kindje ineens veel vaker drinken. Dat zijn regeldagen: hij vraagt meer, en jouw lichaam gaat daardoor meer maken. Leg dan gewoon vaker aan; na een dag of twee is het meestal weer rustiger.

Op den duur kom je vaak uit op zo’n 6 tot 8 voedingen per dag. Twijfel je of je kindje genoeg krijgt, of plast hij weinig? Vraag het dan aan de kraamverzorgende, de verloskundige of het consultatiebureau.

Als het pijn doet

Een beetje gevoeligheid in de eerste dagen is normaal. Echte pijn tijdens het hele voeden niet. Dan ligt je kindje vaak niet goed aangelegd, en kunnen je tepels kapot gaan (kloofjes). Laat het aanleggen dan eerst opnieuw bekijken. Een paar druppels melk na de voeding op je tepel laten opdrogen kan verzachten.

Rond de derde of vierde dag kunnen je borsten ineens heel vol, hard en pijnlijk worden. Dat heet stuwing. Je kindje zo vaak mogelijk laten drinken helpt het meest. Lukt het aanhappen niet omdat je borst te strak staat, kolf of knijp dan eerst een beetje melk af. Koelen na de voeding geeft vaak verlichting.

Krijg je een rode, pijnlijke plek in je borst, voel je je grieperig of krijg je koorts? Dan kan het een borstontsteking zijn. Blijf voeden en bel je huisarts of verloskundige.

Eten, drinken en de rest

Je hoeft geen speciaal dieet te volgen. Wel heb je wat meer nodig: ongeveer twee extra boterhammen, een extra portie zuivel en wat extra vlees of een vervanger per dag, en ongeveer twee liter drinken. Zet bij elke voeding een glas water naast je neer; je krijgt er vanzelf dorst van. Een kopje koffie of een paar kopjes thee per dag kan gewoon.

Alcohol kun je het beste laten staan. Drink je toch een glas, wacht dan drie uur met voeden. Gebruik je medicijnen, vraag dan eerst aan je huisarts of apotheek of het samengaat met borstvoeding.

Je kindje krijgt vanaf een week oud elke dag vitamine D en vitamine K-druppels. De vitamine K geef je tot hij drie maanden is. Dat hoort bij borstvoeding, en de kraamverzorgende legt het je uit.

Kolven en weer aan het werk

Wil je af en toe een fles geven of ga je weer werken, dan kun je kolven. Dat kan met de hand, met een handkolf of met een elektrische kolf. Afgekolfde melk bewaar je maximaal drie dagen in de koelkast en maximaal zes maanden in een vriezer met drie of vier sterren. In een vriesvakje met één of twee sterren is dat maar zo’n twee weken.

Zelf heb ik op mijn werk gekolfd in de kamer van een collega. Hoe ik dat heb geregeld, en waarom het slim kan zijn om later te beginnen en eerder te stoppen, lees je in Borstvoeding en werken. Toen ik weer ging werken, heb ik de borstvoeding afgebouwd. Het advies is om dat rustig te doen: vervang elke vijf tot zeven dagen één voeding. Meer daarover lees je in Borstvoeding afbouwen.

Hoelang je borstvoeding geeft, bepaal je zelf. Het advies is minstens zes maanden, maar elke week telt mee.

Mijn tips op een rijtje

  • vraag in de kraamweek zo vaak als je wilt om hulp bij het aanleggen
  • voed op de signalen van je kindje, niet op de klok
  • pijn is een teken dat er iets niet goed gaat, geen teken dat je moet doorbijten
  • zoek op tijd een lactatiekundige als het niet lukt; dat is geen falen
  • en vooral: zoals mijn verloskundige zei, het is borstvoeding, geen tepelvoeding!

Lukt borstvoeding uiteindelijk niet, of kies je er bewust niet voor? Ook dan krijgt je kindje alles wat hij nodig heeft. Het belangrijkste is dat het voor jullie goed voelt.

Bronnen: Voedingscentrum, brochure Borstvoeding (2024); Thuisarts.nl over borstvoeding.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *